Geert van der Molen is een schippersdochter uit Groningen, gereformeerd opgevoed en in haar jeugd communistisch geworden. Zij is direct na de februaristaking gearresteerd, gevangengezet in het Oranjehotel, Schoorl en Ravensbrück. Wonder boven wonder werd ze daar uit vrijgelaten. Eenmaal terug, ging ze opnieuw in het verzet, bij de verzetskrant Het Noorderlicht. Tot ze opnieuw werd opgepakt en in het Huis van Bewaring belandde. Van daaruit ging ze naar Westerbork. Daar kreeg zijn nummer 100 op haar overall. Wie was deze vrouw en waarom sloot zij zich aan bij het communistische verzet?

Geertje werd geboren op 20 maart 1919 te midden van de wateren van Groningen. Haar ouders waren schippers en lagen op dat moment toevallig in de haven van Groningen. Samen met haar jongere broer en zusje bracht Geertje haar jeugd door op het schip, dat de naam ‘Walrus’ droeg. Het waren vrolijke jaren waarin het schip zowel de binnenlandse wateren als België doorkruiste.

Op haar elfde ging Geertje aan wal. Ze trok in bij haar Beppe, die woonde in een armere volksbuurt bij het Winschoterdiep. Daar had Geertje een moeilijke tijd. Ze miste haar moeder vreselijk en de kinderen op de ietwat deftige, gereformeerde MULO waren onaardig. Hier werd het zaadje geplant voor haar latere politieke overtuiging:

“[…] Ik had aan de wal gezien, na een heel goede jeugd aan boord, dat het leven niet zo goed in elkaar zat als ik in mijn gelukkige kinderjaren aan boord had gedacht. Het was niet zoals bij ons aan boord, dat iedereen gelijke rechten had. Mijn grootmoeder woonde in een zogenaamde volksbuurt. Ik kwam terecht op wat een deftige school was. Aan de Kraneweg, een gereformeerde MULO. Ik was anders dan de andere kinderen, vanwege de zogeheten volksbuurt. Daar kwam nog bij dat ik een schipperskind was. Ik werd anders behandeld. En toen ben ik gaan nadenken, want als je 11 bent, ben je geen klein kind meer. […] Mijn broer zat er ook. Die schikte er zich meer in. Ik kwam in opstand. Daardoor ben ik eigenlijk steeds linkser gaan denken.” [Bron 1]

Na het behalen van haar MULO diploma ging Geertje op haar vijftiende weer aan boord. In deze periode vonden veel bijeenkomsten plaats waar werklozen en arbeiders uit de middenklasse fel debatteerden over het falende kapitalistische systeem. Deze bijeenkomsten waren een gevolg van de zware periode die voortkwam uit de economische crisis van de jaren dertig. Ook Geertje ging naar dit soort bijeenkomsten:

“Toen ik tussen mijn 15e en mijn 20e weer aan boord was, in Rotterdam en overal, vond je groepen die heel links waren, in verzet kwamen en langzamerhand sloot ik me daar steeds meer bij aan.” [Bron 1]

Het was gebruikelijk dat schippersdochters niet aan boord bleven, maar op den duur werk gingen zoeken aan wal, terwijl zonen meestal hun vaders opvolgden of gingen werken bij bevriende schippers. Ook Geertje ging op zoek naar een baan en kreeg in 1939 een aanstelling bij de Rotterdamsche Bank in Groningen. Ze ging wonen bij een verre familielid aan het Martinikerkhof, waar ook haar zusje woonde. 

In Groningen sloot ze zich aan bij de communistisch-georiënteerde Tempo-jeugdgroep. Naast fietstochtjes, feestavonden en het maken en verspreiden van het landelijke blad De Stormvogel, werden er lezingen georganiseerd in een zaaltje in de Rode Weeshuisstraat, waar onder andere oud-Spanjestrijder Nico Mourer sprak.

Na de inval van Nazi-Duitsland in de meidagen van 1940 werd Geertje benaderd door de communist Wolter Wolters met de vraag of zij deel wilde nemen aan het illegale werk dat werd verricht door de CPN. Geertje kende Wolters omdat zijn beide dochters actieve leden waren van de Tempo-jeugdgroep, waardoor zij geregeld bij hen over de vloer kwam. Wolters, die al eerder was opgepakt omdat hij communist was, gaf aan onbekende mensen nodig te hebben voor het verzetswerk:

“We hebben een verzoek aan jou. Jij bent volkomen onbekend hier. Wij gaan straks in de illegaliteit en we zoeken mensen die niet bekend zijn. Wij zullen wel gauw worden opgepakt, want we zijn bekend en dan moeten jullie het overnemen en doorgaan met het werk.” [Bron 2]

Een voorwaarde was dat Geertje de Tempo-groep moest verlaten en lid moest worden van de CPN. Tijdens fietstochtjes werd Geertje door Wolters ingewijd in de beginselen van het communisme en het illegale werk. Hij wees haar erop dat het werk gevaarlijk was en een hoge mate van discipline vereiste. De illegaliteit was geen grapje. Na een paar lessen gaf Geertje toe dat ze terughoudend was om lid te worden, omdat ze bang was niet te kunnen voldoen aan het ideaalbeeld van een communistisch activist.

“Hij was, geloof ik, even verwonderd maar zei toen, dat juist deze reactie hem ervan overtuigde dat ik serieus was en geschikt voor het illegale werk. In het bijzijn van een partijgenoot, Janet Stofkoper, werd ik aangenomen als lid van de illegale CPN in augustus 1940. Ik was toen 21 jaar; lopende door de Herestraat in Groningen voelde ik me gelukkig. Duitse soldaten passerend, dacht ik: ‘Jullie weten het niet, maar ik ben een heel klein radertje van een wereldbeweging, die het nationaalsocialisme bestrijdt en het eens zal verslaan …’” [Bron 2]

Voor het verzet werkte Geertje mee aan de uitgave van het illegale communistische blad Het Noorderlicht. Samen met een tweetal typistes typte zij de kopij uit, die klaar lag op een zolderkamer aan de Ganzevoortsingel in Groningen. Via een touwtje door de brievenbus kon het drietal naar binnen. Het werk moest secuur worden gedaan: “We mochten een zin veranderen, een taalfout verbeteren en zo, maar verder niets.”

Vanaf eind oktober 1940 tot februari 1941 verschenen vijf nummers van Het Noorderlicht, met een oplage van ongeveer zeshonderd exemplaren in de stad en de provincie Groningen. Lange tijd ging dit goed, totdat op 25 februari 1941 de Februaristaking uitbrak. In Groningen schreef communist Geert Sterringa de oproep ‘Staakt! Staakt! Staakt’, die direct werd gestencild en op grote schaal werd verspreid. Hierop kwam de SD in actie en arresteerde zij vele communisten.

“Bij ons op kantoor zei iemand: ‘Ik wil me nergens mee bemoeien, maar bij ons in de buurt worden zoveel communisten opgepakt.’ Toen zei ik: ‘Wat heb ik daarmee te maken?’ ‘Nou ja,’ zei ze. Ze had dus wel iets gemerkt. Ik had ook wel gemerkt dat zij wat linkser was. ‘Tja, je moet toch maar oppassen.’” [Bron 1]

Een week later, op 27 maart 1941, werd ook Geertje gearresteerd en naar het Scholtenhuis gebracht. Via Scheveningen, Schoorl en Amsterdam kwam Geertje uiteindelijk in Ravensbrück terecht. De omstandigheden waren zwaar, maar na een jaar werd Geertje vrijgelaten.

“Ik werd vrijgelaten, kreeg een kaartje, moest me eerst in Scheveningen afmelden en ging toen naar Groningen. Dat was oktober 1942. Het was al laat in de avond. Ik liep naar onze kamer. Mijn zus woonde er nog. Ik was vermagerd en uitgehongerd, maar ik was nog jong.” [Bron 1]

Ondanks haar tijd in Ravensbrück liet Geertje zich niet afschrikken en zette ze haar inzet voor het verzet voort.

Meer over haar lezen?                         

[Bron 1: Interview met Geertje van der Molen afgenomen op 7 februari 1997 door Egbert Doosje]

[Bron 2: E. Huizing, “Wij stelden ons veel voor van de rechtvaardigheid van de naoorlogse maatschappij.” In: A.A.J. Mulder en H. Reinders, red. De Nadagen van het Verzet, Kampen, 1990.]

Social Share Buttons and Icons powered by Ultimatelysocial